Percentiel en normgroep bij een persoonlijkheidstest
In het kort
Een percentiel is je plek in een groep, geen hoeveelheid persoonlijkheid en geen cijfer. Een score van 70 betekent dat je hoger scoort dan ongeveer 70 van de 100 mensen in de normgroep. Welke groep dat is, bepaalt mee welk getal je krijgt.
Na een persoonlijkheidstest krijg je per eigenschap een getal, bijvoorbeeld 70 voor Extraversie. Dat getal is een percentiel. Het is makkelijk verkeerd te lezen: als een rapportcijfer, als een percentage of als een maat voor hoeveel persoonlijkheid je hebt.
Op deze pagina lees je wat een percentiel wel betekent, waarom het midden bij 50 ligt, waarom kleine verschillen weinig zeggen en waarom de groep waarmee je wordt vergeleken zo belangrijk is.
Wat is een percentiel?
Een percentiel geeft aan hoeveel van de 100 mensen in een vergelijkingsgroep lager scoren dan jij. Bij een 70 op Extraversie scoor je hoger dan ongeveer 70 van de 100 mensen in die groep, en lager dan ongeveer 30.
Je kent het misschien van het consultatiebureau. Een baby op de 70e percentiel voor lengte is langer dan ongeveer 70 van de 100 baby's van dezelfde leeftijd. Bij persoonlijkheid werkt het net zo, alleen gaat het niet om centimeters maar om je antwoorden op een vragenlijst.
Een percentiel is dus altijd een vergelijking. Zonder groep heeft het getal geen betekenis.
Een percentiel is geen cijfer en geen percentage
Een percentiel zegt waar je staat, niet hoeveel je van iets hebt of hoe goed je het deed. Drie misverstanden komen vaak voor:
- 70 is geen 7 op je rapport. Er is geen voldoende of onvoldoende. Een 30 is net zo goed een uitslag als een 70.
- 70 betekent niet dat je voor 70 procent extravert bent. Het zegt alleen dat ongeveer 70 van de 100 mensen in de groep lager uitkomen.
- 70 betekent niet dat je 70 procent van de vragen goed had. Bij een persoonlijkheidstest bestaan geen goede of foute antwoorden.
Elke score is goed. Een 20 op Consciëntieusheid is geen tekort: het betekent dat je flexibeler bent dan de meeste mensen in de groep en minder vastzit aan een plan. Een 85 betekent dat je juist liever met een plan werkt dan de meeste mensen. Beide kanten hebben hun eigen sterke punten.
Waarom ligt het midden bij 50?
Bij 50 scoort de helft van de groep lager en de helft hoger. Dat is per definitie het midden, bij elke eigenschap en in elke groep.
Rond dat midden zitten veel mensen dicht op elkaar. De meeste mensen geven bij een eigenschap antwoorden die niet ver van het gemiddelde liggen; echt uitgesproken antwoorden zijn zeldzamer. Daardoor gebeurt er iets wat vaak verrast: in het midden kan een kleine verschuiving in je antwoorden je flink wat percentielpunten verplaatsen, omdat je dan langs veel mensen tegelijk schuift. Aan de randen is het omgekeerd. Om van 90 naar 99 te komen, moet je antwoordpatroon veel sterker afwijken.
Van 50 naar 60 is dus een kleine stap in hoe je bent, en van 90 naar 99 een grote. Lees de getallen daarom niet als een liniaal met gelijke afstanden.
Een percentiel van 0 of 100 zou betekenen dat niemand of juist iedereen lager scoort, maar in een grote groep is er altijd wel iemand die nog iets hoger of lager uitkomt. DepthFive toont daarom altijd een heel getal van 1 tot 99.
Waarom zijn 48 en 53 bijna hetzelfde?
Omdat elke meting een beetje ruis bevat. Je antwoorden hangen ook af van je stemming die dag, van hoe je een vraag leest en van toevallige keuzes tussen "eens" en "helemaal eens". Doe je dezelfde test over een maand opnieuw, dan kom je zelden op precies hetzelfde getal uit. Die ruis heet meetfout.
Rond het midden weegt de meetfout het zwaarst, omdat daar zoveel mensen dicht bij elkaar zitten. Een 48 en een 53 zeggen dus vrijwel hetzelfde: je zit dicht bij het midden en herkent iets van beide kanten. Daarom gebruikt DepthFive voor scores van 40 tot 60 de woorden "net boven het midden" en "net onder het midden". Bij een nieuwe meting kun je dan zomaar aan de andere kant van 50 uitkomen. Verder van het midden, bij 15 of 85, is de richting veel duidelijker.
Ook het aantal vragen speelt mee. Onderzoek naar zeer korte vragenlijsten, met één of twee vragen per eigenschap, laat zien dat die het verband tussen persoonlijkheid en gedrag flink onderschatten, en dat een iets langere lijst al duidelijk helpt [1]. Hoe meer vragen per eigenschap, hoe beter toevallige antwoorden elkaar uitmiddelen. Een test van 20 vragen geeft een eerste beeld; met 120 vragen wordt dat beeld preciezer.
Wat is een normgroep?
Een normgroep is de groep mensen met wie je wordt vergeleken. Het zijn mensen die dezelfde vragen hebben beantwoord, en van wie bekend is hoe hun scores verdeeld zijn. Zonder normgroep is je score een los getal. Met een normgroep wordt het een plek: hoger dan zoveel van de 100.
Twee dingen maken een normgroep bruikbaar.
De grootte. In een kleine groep bepaalt toeval mee hoe de verdeling eruitziet. Een handvol mensen met uitzonderlijke antwoorden kan het hele beeld verschuiven. In een grote groep middelen zulke toevalligheden uit en ligt elk percentiel vaster. DepthFive vergelijkt je met een volledige referentiegroep van ruim 100.000 mensen.
De samenstelling. Wie er in de groep zit, bepaalt wat gemiddeld is. Mensen veranderen gemiddeld een beetje met de jaren: tussen hun twintigste en veertigste worden ze bijvoorbeeld wat zorgvuldiger en emotioneel stabieler [2]. Een groep van alleen vijftigplussers heeft dus een ander midden dan een groep van alle leeftijden. Ook mannen en vrouwen verschillen gemiddeld iets, al zijn die verschillen klein vergeleken met de verschillen tussen mensen binnen elke groep [3].
Waarom geven dezelfde antwoorden een ander getal?
Omdat een percentiel niet alleen van jou afhangt, maar ook van de groep. Je antwoorden blijven gelijk; de meetlat verschuift.
Een verzonnen voorbeeld. Stel dat je op Consciëntieusheid uitkomt op 50 tegenover de volledige referentiegroep. Oudere volwassenen scoren op deze eigenschap gemiddeld hoger, omdat mensen met de jaren gemiddeld zorgvuldiger worden [2]. Vergelijk je dezelfde antwoorden alleen met mensen van 50 jaar en ouder, dan sta je lager, bijvoorbeeld op 35. Beide getallen kloppen. Ze beantwoorden alleen een andere vraag: waar sta je tussen iedereen, en waar sta je tussen leeftijdsgenoten?
Dat verklaart ook waarom twee verschillende tests je soms een ander getal geven, zelfs als je ongeveer hetzelfde antwoordt. Andere vragen, een andere normgroep en een andere rekenwijze leiden tot een ander percentiel. Kijk bij het vergelijken daarom vooral of je hoog, laag of dicht bij het midden zit, en minder of het nu 64 of 71 is. DepthFive laat bij elke eigenschap bewust twee getallen zien; waarom, lees je bij twee vergelijkingen.
Percentielen bij DepthFive
Na de gratis test van 20 vragen zie je bij DepthFive per eigenschap je percentiel tegenover ruim 100.000 mensen, en een curve waarin het gekleurde deel staat voor de mensen die lager scoren dan jij. Vul je je leeftijd en geslacht in, dan zie je ook waar je staat tussen mensen zoals jij. Je kunt het zelf bekijken met de gratis test. Wat de vijf eigenschappen zijn, lees je bij wat is de Big Five.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede percentielscore?
Bij een persoonlijkheidstest bestaat geen goede of slechte percentielscore. Elk getal beschrijft een plek op een schaal met twee kanten die elk hun eigen sterke punten hebben. Een 25 op Extraversie past bij iemand die energie haalt uit rust, een 75 bij iemand die energie haalt uit mensen.
Wat betekent percentiel 50?
Een 50 betekent dat je precies in het midden van de groep zit: ongeveer de helft scoort lager, de helft hoger. Je herkent waarschijnlijk iets van beide kanten van de eigenschap. Bij DepthFive heet een score van 40 tot 60 "net boven het midden" of "net onder het midden".
Is een percentiel hetzelfde als een percentage?
Nee. Een percentage zegt welk deel van iets je hebt, zoals 70 procent van de vragen goed. Een percentiel zegt hoeveel van de 100 mensen in een groep lager scoren dan jij. Een 70 is dus een plek in de groep, geen 70 procent van een eigenschap.
Waarom is mijn score anders dan bij een andere test?
Tests gebruiken andere vragen, een andere normgroep en een andere rekenwijze. Dezelfde persoon komt dan op een ander getal uit, vooral rond het midden, waar de meetfout het zwaarst weegt. Kijk vooral of beide tests je aan dezelfde kant van 50 zetten.
Waarom krijg ik nooit 0 of 100?
Omdat er in een grote groep altijd wel iemand nog iets hoger of lager scoort. Een 0 zou betekenen dat niemand lager scoort, een 100 dat iedereen lager scoort. DepthFive toont daarom een getal van 1 tot 99.
Zie waar jij staat
Doe de gratis test: 20 vragen, ongeveer 4 minuten, en een echte uitslag zonder e-mailadres.
Doe de gratis testUit onderzoek
- Credé, M., Harms, P., Niehorster, S., & Gaye-Valentine, A. (2012). An evaluation of the consequences of using short measures of the Big Five personality traits. Journal of Personality and Social Psychology, 102(4), 874-888. https://doi.org/10.1037/a0027403
- Roberts, B. W., Walton, K. E., & Viechtbauer, W. (2006). Patterns of mean-level change in personality traits across the life course: A meta-analysis of longitudinal studies. Psychological Bulletin, 132(1), 1-25. https://doi.org/10.1037/0033-2909.132.1.1
- Costa, P. T., Jr., Terracciano, A., & McCrae, R. R. (2001). Gender differences in personality traits across cultures: Robust and surprising findings. Journal of Personality and Social Psychology, 81(2), 322-331. https://doi.org/10.1037/0022-3514.81.2.322